Een van de onverwacht leuke dingen tijdens het afgelopen Onderstroom Festival was dat ik het terrein van de voormalige Scheldewerf in alle hoeken & gaten heb verkend.
Ik vond er veel fotogenieke oude glorie in krankzinnige kleurschakeringen: schakelkasten met afbladderende verf, kadeplekken met indrukwekkende roestpartijen en natuurlijk De Kraan, die te midden van een meeuwenkolinie in stukjes ligt weg te kwijnen. Rust Never Sleeps Gisteren meldde een krantenbericht wat iedere Vlissinger al lang vermoedde: ‘Scheldekraan zal wel nooit meer staan’. Natuurlijk is het jammer dat zo’n Vlissings symbool gewoon al bijna drie jaar ligt te verbrokkelen en te vergaan. Maar het levert wel mooie plaatjes op, zeker als je ze op groot formaat bekijkt, want dan zie je alle craquelé en schilfers tot in detail.
Wat mij betreft laten ze het ding daar gewoon liggen en verder vergaan, als een natuurlijk requiem voor het verglijden van de tijd. Dan ga ik nog regelmatig foto’s schieten om het stervensproces verder vast te leggen.
Het zat, liep en werkte allemaal niet mee bij het Onderstroom Festival, dat afgelopen weekend in Vlissingen plaatsvond.
Locatieswitch Na eerdere jaargangen op de Oranjedijk switchte de hoofdlocatie voor de derde editie naar de voormalige Scheldewerf. Op zich natuurlijk een prachtlocatie, maar zo’n immens terrein moet je dan wel vullen of op z’n minst wat uitgebreider aankleden. Als dan ook twee aangekondigde cateringvoorzieningen (waaronder het Marokkaanse theehuis met waterpijpen) niet komen opdagen en acts door visaproblemen en weersomstandigheden niet doorgaan, dan trekt dat gelijk een wissel op het door geldgebrek toch al uitgeklede programma. En een festival waar je behalve een wafel of een tosti verder nix eetbaars kunt krijgen, is natuurlijk niet meer van deze tijd!
Heavy weather Geen enkele festivalorganisatie heeft natuurlijk het weer in de hand, maar wat was het zaterdag extreem. Overdag ploertig, zodat het bijwonen van de straattheatermiddag geen pretje was, en ’s avonds kwam het regelmatig met bakken uit de hemel. Zodoende heel weinig acts gezien. Gelukkig tussen de buien door nog met ons neus in de boter gevallen bij een bloedstollend mooi optreden van de band Blaudzun en ook de briljante containervoorstelling ‘Spoor' nog even meegepikt, maar toen werd het echt te bar met de regen.
Lazy Sunday Afternoon De zondag maakte echter veel goed. De ergste hitte was uit de lucht, de zon scheen en er woei een verfrissende wind. Prima omstandigheden om de altijd gezellige ‘artiestenparade’ The Perfect Pitch' op het Dijktheater mee te maken. Daarna trok het merendeel van het publiek richting Bellamypark om zich in te drinken voor een potje voetbal, wij togen nog voor twee uurtjes naar het Scheldeterrein. En hoewel het daar - op 150 man na- bijna uitgestorven was amuseerden wij ons kostelijk bij De Platenbus en bij het afsluitende concert van Maarten Swaan en zijn band.
Ik had nog graag een paar uur meer doorgebracht op de helling waar ik als kind de schepen te water werden gelaten. Echter, om 18.00 uur ging de stekker eruit en stierf het festival een vroege dood, toen het voor mij eigenlijk nog maar net begonnen was.
De hitte stijgt, de komkommertijd nadert. Dus opeens breken diverse media zich weer het hoofd over het fenomeen ‘zomerhit’.
Twee persoonlijke zomerhits in de categorie 'Voor de hand liggende klassiekers': ‘Penny Lane’ van The Beatles en ‘In the Summertime' van Mungo Jerry roepen bij mij altijd zonnige herinneringen op aan mijn jeugdjaren in en de zomers van respectievelijk 1967 en 1970.
Maar ik wilde het hier niet verder hebben over zomerhits, maar over zomerse muziekjes – en dat is iets heel anders. Ik heb het over nummers die ik momenteel tijdens strandbezoekjes veel draai op de walkman en die dus hun zomerse waarde voor mij al bewezen hebben.
Voorwaarde is wel dat er een fillumpie van is, zodat niet alleen het oor maar ook het oog iets te genieten heeft.
Eerste in een zich wellicht verder ontwikkelende zomerse blogserie is bovenstaand prachtnummer ‘Mykonos’ van Fleet Foxes. Niet alleen genietbaar op het gelijknamige Griekse eiland, maar gewoon ook op het strand van Vlissingen.
Het is inmiddels een ingesleten jaarlijkse traditie aan het worden, ons bezoek aan Festival Mundial. Niet afgeschrikt door de herfstige weersvoorspellingen trokken we afgelopen weekend dan ook weer naar Tilburg voor een gevarieerde portie wereldmuziek, en vooral: ambiance.
Prettige extras Want hoewel er ook nu weer een aantal persoonlijke favorieten op het affiche stond (Caro Emerald, Flogging Molly, Amsterdam Klezmer Band), gaan we nooit alleen voor de muziek. Het zijn juist de aanvullende randvoorwaarden die ons ieder jaar weer over de streep trekken: het veelkleurige publiek, de altijd prettige festivalsfeer, de lekkere hapjes en de verrassingen waar je vaak tegenaan loopt.
Muzikale verrassingen Aangenaam verrast waren wij bijvoorbeeld door de Oekraïense dames van Dakha Brakha (schrille stemmen plus opzwepende percussie), het Israëlische trio Boom Pam (surfmuziek gemixt met Jiddische melodieën, in een bezetting van drums, elektrische gitaar en tuba!), de electroreggaefunk van het Australische Dubmarine, de boventonen en keelklanken van het Chinees-Mongoolse Hanggai en de ideale festivalband Che Sudaka die met hun Spaanstalige reggae-skarock het publiek aardig aan het springen & skanken kreeg.
Grootste verrassing was echter vooral het weer. Op een enkel verdwaald buitje na viel er regelmatig ook van de zon te genieten, en dat kwam de sfeer natuurlijk nog eens extra ten goede.
Leermoment: voortaan op mijn oude dag niet zo uitbundig meehupsen op de balkanhoempa van de Amsterdam Klezmer Band. Voel twee dagen na dato nog steeds spieren, waarvan ik niet eens wist dat ik ze had.
Bovenstaand clipje van The Morning Benders was een hitje op YouTube. Leuk filmpje, mooi nummer, aanstekelijke opnamesessie. Maar ook de rest van hun recente cd ‘Big Echo’ mag er zijn.
Waar nieuwe bandjes hun jeugdige energie vaak enthousiast kanaliseren in het betere beuk- en ramwerk, kiest dit Californische kwartet bewust voor de harmonie en de melodie. Bovendien kennen deze jonge honden hun klassiekers: de echo’s van Phil Spector, Brian Wilson, The Beatles klinken nogal eens door in hun pakkende songs.
Meng die namen met eigentijdser voorbeelden als The Shins en Grizzly Bear, en je hebt een perfecte cocktail van pure pop. 'Big Echo' is de ultieme IPod-soundtrack voor op het strand.
In mijn jonge jaren frequenteerde ik de twee (!) bioscopen die Vlissingen destijds rijk was, en bezocht met name veel cojboj- en oorlogsfilms. Later zouden het mijn minst favoriete filmgenres worden.
Toch zag ik onlangs in de tijdspanne van een week maar liefst drie nieuwe, hedendaagse oorlogsfilms: het met Oscars overladen ‘The Hurt Locker’, Tarantino’s ‘Inglourious Basterds’en het uit Israël afkomstige ‘Lebanon’.
Testeron actiefilm ‘The Hurt Locker’ is de meest actuele van de drie, want draait om een Amerikaanse bomb squad unit in Bagdad. Ondanks een paar nu al ‘klasssieke'momenten die aankomen als een mokerslag, beviel hij mij het minste. De vele schokkerige, bewust documentair gefilmde scènes maakten me zeeziek en ik had nix met het verhaal of de hoofdpersonages. Het is beslist een goede poging om de hectiek en paranoia van een moderne stadsoorlog bijna tastbaar te visualiseren, maar ‘The Hurt Locker’ bleek toch niet echt aan mij besteed.
Oorlogsfun? Mag en kan oorlog ook leuk zijn? Bij Tarantino wel. Hij zet doodleuk de oorlog als filmgenre naar zijn eigen hand en laat zelfs WO2 vervroegd eindigen door de complete nazitop (inclusief Adolf) bij een aanslag om zeep te helpen. Historische accuratesse hoef je bij deze basterd niet te verwachten. Wel een veelgelaagde film waarin ranzigheid, drama, humor en spanning elkaar continu afwisselen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vaak meesterlijke dialogen, de aankleding, het hilarische acteerwerk van Brad Pitt en de glansrol van Christopher Waltz als inslechte nazi-kolonel.
Oncomfortabele rolprent De Israëlische regisseur Samuel Maoz houdt het allemaal veel compacter. Hij verfilmde in zijn debuut ‘Lebanon’ zijn eigen ervaringen tijdens de Eerste Israëlisch-Libanese oorlog in 1982. Maoz wil zijn kijkers niet zozeer een verhaal vertellen als wel een ervaring meegeven: wat gebeurt er met je wanneer je als dienstplichtig groentje samen met drie andere lotgenoten opgesloten zit in een half aan flarden geschoten tank die door vijandig gebied rolt?
De vorm die hij daarvoor koos bepaalt de bijzondere kracht van deze film: 90% van de scènes speelt zich af binnen die krappe, stinkende, rammelende tank. Wat zich daarbuiten afspeelt zien ook wij uitsluitend door het vizier van de doodsbange boordschutter.
Het maakt ‘Lebanon’ tot een claustrofobische, ongemakkelijke kijkervaring. Het angstzweet, de pis, de olie, zijn nog net niet te ruiken, maar deze oncomfortabele rolprent onderga je beslist intenser dan welke 3D-film ook.