woensdag 27 april 2011

Kippenvel recordings

Natuurlijk vind ik Matthijs van Nieuwkerk nog steeds de sympathiekste all-round presentator die er is en kijk ik bijna dagelijks naar De Wereld Draait Door. Toch lijkt de formule soms wat sleets te worden. Daar veranderen ook nieuwe, weinig geslaagde blokjes met hedendaagse mini-opera’s en mongolensoaps nix aan.

Maar de akoestische DWDD Recordings, die mogen van mij elke dag. Een man/vrouw alleen met een gitaar (of een banjo dat mag ook), het moet genoeg zijn om op zich al goeie songs te herinterpreteren tot kippenvel-tv. En dat is het ook. Zelfs of all people Ben 'Hij was maar een clown' Cramer dwong respect af met een stemscheurende versie van Nilsson's 'Without you'.

Zie hieronder mijn persoonlijke Top 3 tot nu toe.

In volgorde van opkomst: Blaudzun met 'Shout' van Tears for Fears, Marike Jager doet Lennon's 'Come together' en Alain Clark brengt een supersoepele versie van R. Kelly's 'Ignition'.







Meer van dit moois en leuks graag!

donderdag 21 april 2011

Zelfmoordnijntjes


“Watership Down for the deeply sick – Very worrying if you’re the author’s mother”, zo stond er te lezen op de omslag van ‘The Book of Bunny Suicides’, het cartoonboekje dat in 2003 verscheen.

Het bleek een zelfverzonnen reclameslogan die scenarioschrijver/tekenaar Andy Riley bepaald geen windeieren heeft gelegd. Vorig jaar verscheen de vierde aflevering van zijn cartoonreeks en inmiddels kent Riley een schare toegewijde fans, maar ook critici die zijn tekeningen smakeloos, of in het gunstigste geval superflauw vinden. Ja, ook humor blijft een kwestie van smaak…

Creatieve zelfmoord
Alle tekeningen in de reeks Bunny Suicides worden bevolkt door één of meer konijntjes die maar één ding voor ogen hebben: op een zo creatief mogelijke manier een eind aan hun leven maken. Ze springen trampoline onder de draaiende rotorbladen van een helikopter, springen op de rug van een Japanse soldaat die harakiri pleegt of werpen een boomerang weg waar een ontgrendelde handgranaat aan vastgebonden zit – dat soort werk.

Internationale controverse
In China werd Riley’s eersteling verboden toen enkele tieners zich geïnspireerd voelden tot zelfmoordpogingen en een Amerikaanse moeder riep in 2008 nog vruchteloos op tot een verbod annex verbranding van het boek. Wat simpele tekeningetjes zoal niet teweeg kunnen brengen!

Overigens is ook de Bunny-uitgeverij niet blij met de wereldwijde populariteit, want via blogs en Google Images zijn zo ongeveer alle tekeningen uit de serie zonder aanschafkosten te bekijken.

Ik beken: ik heb om het merendeel hardop zitten gniffelen. Dan maar ‘deeply sick’…

woensdag 20 april 2011

Back to blogging

Zoals altijd na een vakantie treedt er een langdurige blogstilte in doordat ik mijn aandacht en tijd vooral besteed aan het uitselecteren en bewerken van gemaakte foto’s.

Mijn online communicatie beperkte zich de laatste tijd dus vooral tot beeld in plaats van tekst. Inmiddels staan er 100 foto’s in een Flickr-album en beschouw ik ons Sri Lanka avontuur als een verzameling mooie beelden en herinneringen.

Over tot de orde van de dag dus. Hetgeen betekent dat hier na dik drie weken weer met onregelmatige regelmaat iets te lezen zal zijn.

zaterdag 26 maart 2011

Song van het jaar?

Muziek drukt vaak een stempel op mijn vakanties. Dat hoeft niet per se de locale variant te zijn die we bijvoorbeeld vorig jaar in onze combivakantie Jamaica/Havana overvloedig over ons heen gestrooid kregen. Het kan één bepaalde cd zijn, of zelfs maar één specifiek nummer, waarvan ik bij het terughoren onmiddellijk weer op een buitenlandse locatie zit.

Het overkwam mij bijvoorbeeld ooit op het strand van Palolem (Goa) waar ik onder ideale omstandigheden ’s avonds kennismaakte met de lome sound van Nouvelle Vague. En afgelopen najaar in Barcelona beleefde ik een kippenvelmoment toen de orgelklanken van Arcade Fire’s ‘Intervention’ snoeihard door een park schalden. Sindsdien ben ik een die hard fan van die band.



Ontroerend groeinummer
Hét ene nummer van de afgelopen vakantie had op zichzelf helemaal niets met Sri Lanka te maken. Vlak vòòr vertrek zag ik bovenstaande clip van de band Elbow. Het nummer ‘Lippy Kids’was een promo voor hun nieuwe cd ‘Build A Rocket Boys!’ die tijdens onze vakantie zou uitkomen.
Snel de clip gedownload op mijn netbook en de song op vakantie meerdere malen onder de meest uiteenlopende omstandigheden beluisterd en bekeken: op de hotelkamer, in een trein, op een avondlijk strand. Iedere keer ontroerde en groeide het nummer dat ik ook thuis nog steeds meerdere malen per dag draai.

Spannend minimalisme

Zoals bij alle echt goeie muziek, kan ik er niet de vinger op leggen wat me nou precies raakt. Het heeft te maken met de melancholieke sfeer, de hartbrekende zangpartij van songschrijver Guy Garvey, het minimaal-kale arrangement dat draait om één repeterende pianotoon en een band die zonder egovertoon totaal ten dienste staat van iets hemels moois.

Luisterhuiver
Eenmaal thuisgekomen natuurlijk gelijk de nieuwe cd binnengehaald en ‘Lippy Kids’ over de huiskamerinstallatie gedraaid. Op de cd-versie blijkt zelfs nog een bescheiden koorpartij toegevoegd. Had niet gehoeven; hoe kaler hoe mooier.
De rest van ‘Build A Rocket Boys!’ durf ik nog niet goed te beluisteren. Hun vorige album, ‘The Seldom Seen Kid’, was ook al zo onbeschrijflijk sterk dat ik huiverig ben om de droom te verstoren.

Terwijl ik dit blogpostje tik staat ‘Lippy Kids’ op repeat. Nu al de song van het jaar, wat mij betreft.

donderdag 24 maart 2011

Klimaatverandering


We zijn weer thuis. De laatste dagen van onze vakantie bezochten ons regelmatig visioenen van vrieskamers en koelcellen waar we de tropische ploertigheid en de muggenexplosie zouden kunnen ontvluchten.

De laatste dag in Negombo zelfs nog een airco kamer gehuurd om de avondlijke uren door te komen. Toen we om middernacht vijf minuten moesten wachten op de geboekte taxi stonden we acuut weer doorweekt te worden en staken die fucking musquitos dwars door onze kleding heen.

Op onze wenken bediend

Toen we na een slopende nachtelijke terugreis eenmaal op Schiphol waren aangekomen genoten we dan ook van het onverwachte, heerlijk verfrissende Hollandse lenteweer. Maar eenmaal thuisgekomen wachtte ons een onaangename verrassing: de cv bleek stuk en ons huis voelt aan als een koelcel. In het gunstigste geval is het euvel nog dit weekend verholpen. Aangename verkoeling kent ook zijn grenzen…

Meevaller
Gelukkig is het overdag zo zonnig dat het aangenaam vertoeven is op onze achterplaats of op een boulevardterras. Zitten we na drie weken toch nog regelmatig buiten. Voor de rest verkeer ik in winterkleren binnen de comfort zone van mijn jongenskamertje om me mentaal te verwarmen aan de vele mooie beelden van een wonderlijk tegenstrijdige vakantie. Godzijdank zitten er op dat kamertje geen muggen.

zondag 20 maart 2011

Time to go


Onze accommodatie blijkt een schot in de roos. Weliswaar een klein, duur kamertje (het enige wat nog beschikbaar was), maar het complex zelf is waanzinnig leuk en met een gekke smaak aangelegd. Er zijn veel planten, zitjes, beeldjes, windplongelongs, er scharrelen tamme eenden rond en men draait er eigenzinnige muziek. Het eten is –hoewel wat prijziger- prima en de mensen zijn er vriendelijk en behulpzaam.
Eat your heart out Eva Braun!

Alleen jammer dat de verwachte verkoeling het liet afweten. Toen we arriveerden woei er nog een heerlijk zeebriesje dat ’s avonds compleet wegviel, dus dat werd weer ouwerwets Balinees plakken.

Bier uit een theekopje
Bij het Italiaanse restaurant dat we bezochten bleek dat op Poja Day geen alcohol geschonken wordt, maar de eigenaar tipte ons een tentje aan zee waar men het met die regel niet zo nauw neemt. Bijna iedereen bleek daar aan de thee te zitten; overal zag je theepotten – waar dus bier in bleek te zitten!
Na nog een slaapmutsje onder onze kamerventilator volgde voor mij een prima nacht onder de klamboe. Geen last van muggen, maar dat gold helaas niet voor Mevrouw Q die als mijn muggenafleider bleek te fungeren. Al om 5.00 uur wakker en haar huid ziet er door de vele insectenbeten inmiddels uit als een miniatuur alpenlandschap.

Lekker strandje
Vandaag het leeuwendeel van de dag doorgebracht in en om het zwembad van het verderop gelegen Hotel Paradise Beach, en dat gaan we morgen beslist weer doen. Hoewel… Paradise, wij noemen het Chicken Head Beach, omdat het op een rituele slachtplaats lijkt. Overal op het strand liggen afgehakte kippenkoppen en andere dierlijke restanten. Ook voor het overige is Negombo Beach ondermaats: modderig zeewater, een penetrante vislucht en veel rotzooi op het zand. Dat toeristen hier langer dan een dag of twee verblijven is ons een raadsel.

Maar goed, wij zijn de dag prima doorgekomen in het zwembad en met de zeewind die later gelukkig weer opstak. Vanavond eten we hier in ons IJsbeer Hotel en nemen we er ten afscheid een lekkere, gekoelde fles witte wijn bij.

Nu alleen de nacht nog muggenvrij zien door te komen en ook de lange dag van morgen. Tegen middernacht moeten we pas naar het vliegveld om op de vlucht van 3.00 uur te stappen.
We zien er tegenop, maar we zien ook uit naar de beloning van een muskietenvrije slaapkamer, een prettiger luchtvochtigheidsgraad en een boterham met kaas.

’t Is mooi en welletjes geweest. Wij danken u voor uw aandacht.

zaterdag 19 maart 2011

Noodplan B in werking


Dit is het eerste blogberichtje dat ik letterlijk on the road tik, vanuit een taxi die ons een dag eerder dan gepland naar Negombo Beach brengt, de laatste etappe van onze Sri Lanka vakantie.

De aanvankelijke bedoeling was dat we drie nachten in Kandy zouden verblijven, maar daar zien we last minute om diverse redenen vanaf.

Where’s the lake?

Sowieso bleek onze in de Lonely Planet bejubelde accommodatie, Sharon Inn, totale oplichterij. ‘Every room has a view of Kandy Lake’, zo werd ons daarin beloofd, en ook de keuken zou prima zijn. ‘Lake view?’, my ass! Ons uitzicht was een muur van palmbomen en de lager gelegen kamers hadden dat zelfs niet eens.
Het als bijna gastronomisch omschreven buffet startte met een Germaanse groentensoep en eindigde met een standaardbol vanilleijs. Het hoofdgerecht daartussenin was voornamelijk heet.

Wij beginnen de betrouwbaarheid van de Lonely Planet info trouwens steeds vaker in twijfel te trekken en hadden zo het idee dat hier door de hoteleigenaar zelfs met smeergeld was geschoven om een goede vermelding te krijgen. Een vermoeden dat overigens zojuist door onze taxichauffeur werd bevestigd.

Don’t mention the war!
De eigenaar is een islamitische geldwolf die wil dat je altijd bij hem eet en alle diensten als excursies en taxi’s via hem betrekt. Zijn Duitse vrouw en mede-eigenaresse is nog een slagje erger, een onvriendelijke en contactgestoorde nazi bitch die wij al snel Eva Braun hebben gedoopt, wat zij waarschijnlijk zelf als een compliment zou ervaren. Ze hebben een bediende die er totaal depressief bij loopt, maar dat lijkt me geen wonder met zulke werkgevers. Fawlty Towers is tourist heaven vergeleken bij Sharon Inn!

Rondje snelweg
Na een belabberde nachtrust viel de hectiek en de hitte van Kandy al de eerste dag gelijk bovenop ons. De stad is een grote toeterende verkeerschaos en behalve de beroemde Tempel van de Tand moet je voor echt mooie dingen dagtripjes per tuk tuk uitstippelen. Een avondlijk rondje om het tempelmeer wordt overal omschreven als een ‘romantische wandeling’, maar is in feite een helletocht met kuilen langs de A2, waar een eindeloze stroom auto’s je met hun grote lichten totaal verblindt.

Honger!!!
Ligt het aan mijn ontstoken soepoog dat ik de schoonheid niet meer zie? Zelfs een van de toeristische topattracties, de vermaarde botanische tuinen, voldeed niet bepaald aan de verwachtingen. Het hoogtepunt, de Bloementuin, was niet meer dan een rijtje verdreutelde begonia’s en het Orchideeënhuis stond vol zieltogende stekjes.
Na anderhalf uur schaduwplekjes zoeken hadden we het wel gezien en hebben we ons per tuk tuk naar een Chinees restaurant met airco laten transporteren. Daar overigens de beste Prawns Chow Mein sinds Goa genuttigd, en dat was maar goed ook want gisteravond konden we achten nergens meer wat fatsoenlijks te eten krijgen. Kandy gaat zelfs al vóór negenen in slaapstand!

Toen we om half 9 zonder avondeten weer op onze kamer met lake view belandden, deed een woordenwisseling met de Eva Braun over ons internetgebruik de deur dicht. Voordat we het op een heftig comazuipen zetten, bedachten we Noodplan B: Get the fuck out of here!

Afgelaste planing
We waren nog het nodige van plan in Kandy en omgeving: tempels bezoeken, een ayurvedische verwenmiddag, naar het olifantenweeshuis en een uitvoering van de tempeldansers bijwonen. Maar de behoefte aan zeelucht heeft de overhand en we hebben visioenen van Mirissa Beach by night of de Vlissingse boulevard in het voorjaar.
Bij gebrek daaraan opteren we dan maar voor een wat langer verblijf in Negombo. ’t Is een B-strand, maar altijd beter dan er nog verder doorheen zitten in Kandy. En ’t is lekker dicht bij het vliegveld, want daar moeten we maandagavond toch naar toe.

Het kunstgebit van Boeddha
Vanochtend dus snel een taxi geregeld (we waren toch al vroeg op), ontbeten en nog snel die beroemde Tempel van de Tand bezocht, waar naar de legende gaat een deel van Boeddha’s kunstgebit ligt opgeslagen.
Er waren meer mensen op het idee om eens bij zijn tandresten langs te gaan. Het was een massale bedevaart van in het wit geklede mensen, omdat het vandaag Poja Day is (Volle Maan). Bijzonder om mee te maken, maar met name de processie langs de tand zelve was een claustrofobisch zwetend gedrang waar geen eind aan kwam.
Toen we er eindelijk tussenuit konden knijpen waren we weer eens compleet doorweekt. Na snel uitgecheckt te zijn, stapten we stinkend en plakkend in de taxi van waaruit ik dit stukje tik.

Op naar The Icebaear Guesthouse aan het strand. De naam alleen al belooft verkoeling…